Bijbelforum

0
bijbelforum
bijbelforum

Er is een nieuw bijbelforum http://bijbelforum.nl met een discussie over de bijbel. Mensen die interesse hebben in de bijbel en hierover mee willen praten zijn welkom.

Dit forum is bestemd voor zaken die een relatie hebben met de Bijbel. De Bijbel is de bron voor Christenen om uitgangspunten te vinden om zo goed mogelijk te leven. De forum is bedoeld om informatie te delen en de discussie te voeren. Het is niet bedoeld om hier mensen te kwetsen en/of te beledigen. Respect moet er zijn voor iedere deelnemer en/of lezer van dit forum.

Groot Nieuws Radio op 1008 AM blijft bestaan tot 1 januari 2019

0
Groot Nieuws Radio op 1008 AM blijft bestaan tot 1 januari 2019
Groot Nieuws Radio op 1008 AM blijft bestaan tot 1 januari 2019

Groot Nieuws Radio mag tot 1 januari gebruikmaken van de middengolf zender op 1008 AM. De middengolf frequentie vervalt en Groot Nieuws Radio gaat over op DAB. Digital Audio Broadcasting (DAB, soms ook aangeduid met Terrestrial Digital Audio Broadcasting of T-DAB) is een Europees systeem dat sinds 1993 gedigitaliseerde radio-uitzendingen mogelijk maakt, als alternatief voor analoge radiosignalen.

DAB maakt een storingsvrije ontvangst mogelijk, waarbij bovendien meer zenders mogelijk zijn. Dit kan een oplossing bieden voor de huidige capaciteitsproblemen op de FM-band. Bovendien is het mogelijk om tijdens de uitzendingen meer randinformatie door te sturen en (voor de luisteraars) de radioreclames weg te filteren.

De trouwe luisteraars, waaronder ondergetekende hebben ruimschoots de tijd om een DAB + radio te kopen. Momenteel al verkrijgbaar vanaf €45.

Ik vind het wel jammer, omdat de middengolf een landelijke dekking had en tot in België en Duitsland was te ontvangen.

Middengolf Zendstation Flevoland (Nederland)

‘Nederlandse kerken: luister naar noodkreet Palestijnse christenen’

0
De Bijbel spoort ons aan, “Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen” (Efeziërs 6:18).
De Bijbel spoort ons aan, “Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen” (Efeziërs 6:18).

The Rights Forum stuurt open brief door van Palestijnse christelijke organisaties

AMSTERDAM, 20170626 — De Nederlandse kerken moeten gehoor te geven aan een Palestijnse oproep om schrijnend onrecht duidelijk te veroordelen en een standpunt in te nemen over de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden. Dat werd maandag benadrukt in een brief van The Rights Forum aan vier Nederlandse protestantse kerkgenootschappen.

Aanleiding voor de oproep van The Rights Forum was een eerder deze maand gepubliceerde open brief van Palestijnse christenen uit Jeruzalem en Bethlehem, gericht aan de Wereldraad van Kerken. The Rights Forum stuurde deze Palestijnse open brief door aan de vier Nederlandse kerken die lid zijn van de Wereldraad van Kerken: de Protestantse Kerk Nederland (PKN), de Oud-Katholieke Kerk, de Doopsgezinde Kerk en de Remonstrantse Broederschap.

De brief van de christelijke organisaties maakt, volgens The Right Forum, duidelijk dat “het water de Palestijnse christenen aan de lippen staat en de tijd voor diplomatieke of theologische vaagheid voorbij is”. Het uur van de waarheid is, wat de Palestijnse christen betreft, aangebroken. “Wat gevraagd wordt van christenen overal ter wereld, ook in Nederland, is een duidelijke standpuntbepaling.”

Door de afscheidingsmuur en talrijke checkpoints is het voor christenen uit Bethlehem bijna onmogelijk om hun religieuze tradities uit te oefenen: een bedevaart naar het een paar kilometer verderop gelegen Jeruzalem is bijvoorbeeld onmogelijk.

The Rights Forum dringt er bij de Nederlandse kerken op aan “te luisteren naar de stem van de Palestijnse christenen en binnen de Wereldraad van Kerken positief op hun oproep te reageren”. Ook wordt er op aangedrongen de Palestijnse brief binnen de gemeentes te bespreken.

The Rights Forum zet zich in voor een rechtvaardige uitkomst van de kwestie-Palestina/Israël en komt op voor de rechten van de Palestijnen. De organisatie wordt ondersteund door een netwerk van ex-ministers en experts op het gebied van het internationaal recht en mensenrechten.

Het aantal Palestijnse christenen in Israël / Palestina is minder dan 2% van de bevolking, in totaal zo’n 160.000 mensen. Hiervan wonen zo’n 50.000 Palestijnse christenen op de Westelijke Jordaanoever.

Goede morgen God,

2

Ik zit weer eens achter mijn computer, alleen met mijn gedachten en zorgen. Mijn gedachten gaan iedere keer terug naar mijn jeugd, die ik niet zo positief heb ervaren. Ik heb altijd het idee dat mijn ouders en dan vooral mijn vader mij liever niet had gehad. In mijn jeugd heb ik heel weinig aan mijn vader gehad, hij was altijd te moe om iets met mij te doen. Mij stimuleren iets in de sport te gaan doen was er niet bij, mee naar het voetballen b.v. mocht ik nooit. Gaan fietsen met mij, zoals hij dat met mijn oudere broers en zusters deed, was voor mij niet weggelegd. Op vakantie gaan was niet aan de orde, hij nam niet eens zijn vakantiedagen op. Werken, werken en nog eens werken. Ja voor de pastoor had hij alle tijd en voor het werk in de parochie was altijd tijd en ruimte al koest hij zijn eten ervoor laten staan.

Ik kreeg langzaam aan een grote hekel aan hem. Hij kon vreselijk chagrijnig zijn vooral naar mij toe. Er is een periode geweest dat we geen woord tegen elkaar zeiden als we s morgens aan tafel kwamen.
Later, toen ik aan een werkkring toe was, hoopte ik wat meer steun van hem te kunnen krijgen maar dat was teveel gevraagd. Hij had een goede baan als hoofd-vertegenwoordiger en ik wilde graag als vertegenwoordiger gaan werken. Ik solliciteerde, ook bij zijn werkgever, naar diverse banen. Ik hoopte dat hij me zou helpen en onder zijn leiding opgeleid zou kunnen worden. Maar via, via heb ik gehoord dat hij als leidinggevende een negatief advies had gegeven over mijn sollicitatie. Ik ben toen bij een ander bedrijf aangenomen. Ik ben nu 71 jaar maar het zit me nog steeds vreselijk dwars.
Daarnaast hebben mijn vrouw en ik weinig geluk in ons leven gekend. Mijn vrouw is al haar hele leven cpod-patient. Heeft het bij tijden heel erg benauwd. Lopen al jaren bij diverse specialisten.
Tot overmaat van ramp krijg ik een hersentumor, wordt daaraan geopereerd en houd er een suikerziekte aan over. We hopen daarmee dat we wat gezonder kunnen leven maar nee dat kan niet want mijn vrouw krijgt weer klachten en belandt weer in het ziekenhuis. Later krijg ik een nierprobleem en komt er darmkanker bij. Die kanker wordt weggenomen maar dat houdt weer in dat ik niet meer in aanmerking kom voor een nieuwe nier. Problemen, problemen.

Ja al die toestanden proberen we met zijn tweeen te dragen en vaak lukt het ook maar soms wordt het teveel. We hebben veel gebeden en gehoopt op wat meer geluk en gezondheid maar ik heb het idee dat we teveel verwachten van ons gebed. Ook hebben we vaak met ons probleem bij Maria aangeklopt maar naar ons gevoel tevergeefs. We verliezen zo weel heel veel vertrouwen in ons geloof en ook in God.
Als Hij dan zoveel met ons op heeft, en zelf zegt, vraag en je wordt gegeven. Nou ja bij een ander misschien maar niet bij ons. Soms wordt ik heel boos en vloek ik en scheld ik omdat ik het niet meer zie zitten. Ik wil graag dat Hij me helpt maar ik heb het gevoel dat Hij me niet eens hoort. Ik ben al zover afgedwaald dat we zondags al niet meer naar de kerk gaan terwijl ik vroeger altijd ging, maar ik kan het nu niet meer opbrengen daarheen te gaan. HELP me nu eens om de problemen van het leven te overwinnen en nog een aantal jaren wat meer geluk te kennen, ook voor mijn vrouw. Het enige dat we hebben en waar we heel gelukkig mee zijn, zijn onze twee pracht dochters en drie heerlijke kleinkinderen. Maar we kunnen door onze lichamelijke klachten niet de opa en oma zijn die we zo graag zouden willen zijn.
Wat moet ik toch doen om gehoord en verhoord te worden. Ik weet het niet meer.

Een wanhopige verdwaalde.

Leken bouwen Mariabasiliek in Amsterdam

0

Een groep enthousiaste gelovigen in Amsterdam heeft besloten zelf de bouw van een bedevaartkerk c.q. Mariaheiligdom ter hand te nemen met goedkeuring van de bisschop van Haarlem-Amsterdam Mgr.J.M.Punt.

Volgens Mathe Reijnierse, een van de initiatiefnemers, zijn architect, grond en geld geen probleem. Architect Pi de Bruijn zou bereid zijn het ontwerp van de basiliek op zich te nemen en een Filipijnse devotée is bereid het benodigde  startbudget te leveren.

Volgens Reijnierse staat het projectbureau van de Zuidas, dat over de te bebouwen grond gaat, niet onwelwillend tegenover het plan. Het te bebouwen terrein tegenover de RAI, de uiterste punt van de Zuidas, stond al sinds 2005 in de planning met een culturele bestemming .  Een groot theater voor Joop van den Ende annex uitgaansgebied zou aldaar gerealiseerd moeten worden als waardige afsluiting van de Zuidas. Dit plan ging uiteindelijk niet door waardoor het terrein bestaande uit 5 kavels jarenlang braak bleef liggen, en momenteel gebruikt wordt voor tijdelijke volkstuintjes.

Mgr. Punt, de bisschop onder wiens jurisdictie de bedevaartkerk valt, heeft te kennen gegeven dat het bisdom zelf niet de bouw ter hand kan nemen maar dat leken initiatieven mogen nemen :  “ ..als men  kans ziet iets te creëren of bouwen, doe maar , mijn toestemming heeft het “.

Nadat Mgr. Punt op 31 mei  2002 de Mariaverschijning van Amsterdam officieel goedgekeurd heeft met de hoogste kerkelijk goedkeuring het “constat de supernaturalitate”,  staat Amsterdam in feite op gelijke hoogte met bedevaartplaatsen als Lourdes en Fatima en Santiago de Compostella.

Volgens hispanist en schrijver Robert Lemm  is de discrepantie tussen de al grote bekendheid in het buitenland van de Vrouwe van alle Volkeren, de titel waaronder Maria in Amsterdam verscheen,  en de onbekendheid in Nederland zelf, te wijten aan kerkpolitiek.  De Nederlandse kerkelijke hiërarchie zou de Amsterdamse Mariaverschijningen niet “opportuun” vinden schrijft Lemm op basis van archiefonderzoek in zijn onlangs uitgekomen boek “Valse schaamte, of waarom Maria niet in Nederland mocht verschijnen”.

De Vrouwe van alle Volkeren zelf , die treffend wordt afgebeeld in een groot schilderij dat te bezichtigen is in een dagelijks voor het publiek toegankelijk kapel aan de Diepenbrockstraat 3 in Amsterdam, geeft in Amsterdam de zelfde dringende boodschap als in Fatima.  Zij waarschuwt voor een naderende wereldcatastrofe.  Als middel om deze  “wereldcatastrofe”  ofwel politiek en economische ineenstorting af te wenden en de vrede te verkrijgen voor de wereld, vraagt zij om de bouw van een bedevaartkerk ter hare ere en om een door de kerk af te kondigen 5e mariaal dogma waarin Maria als moeder der mensheid wordt aanvaard, en als de door God aangestelde middelares, voorspreekster en medeverlosseres.

Aan eenieder die voor haar schilderij komt bidden belooft de “Vrouwe”  hen gebed te zullen verhoren.

Dit ”wonderschilderij”  zal te zijner tijd in de te bouwen bedevaartkerk geplaatst worden . Meer hierover is te vinden op de site :  hetvijfdemarialedogma.nl

Op 22 augustus zal de Amsterdamse kunstenaar en vredesactivist Rob Schrama een lichtpiramide oprichten boven het terrein waar de bedevaartkerk gebouwd kan worden . Tevens zal  er een interreligieuze gebedsbijeenkomst gehouden worden om de voorspraak van de Vrouwe af te smeken.

Pinksteren

0

Tijdens het pinksterfeest wordt herdacht dat de Heilige Geest, de derde Persoon van de Allerheiligste Drie-eenheid, neerdaalde uit de hemel op de apostelen en andere aanwezige gelovigen. Na Jezus’ dood op Goede Vrijdag en zijn verrijzenis op Pasen hadden de leerlingen van Jezus nog veertig dagen lang (tot Hemelvaart) de steun van zijn aanwezigheid gehad waarbij hij hun nog eens uitlegde wat de betekenis was van alles wat hij gedaan had tijdens zijn openbare optreden. Op de veertigste dag van Pasen (let op: niet de veertigste dag na Pasen) werden de leerlingen door Jezus’ Hemelvaart alleen achtergelaten. Wel had hij beloofd dat hij de Geest van God, de Heilige Geest zou sturen die hen geestelijk verder zou leiden en hen de kracht zou geven om getuigen van het evangelie te zijn. Op de vijftigste dag van Pasen, tien dagen na Hemelvaart, op Pinksteren, kwam de beloofde Heilige Geest dan ook over de discipelen.

De gebeurtenissen staan beschreven in Handelingen 2:1-41

Studiebijbel.nl

0

Ik wil jullie wijze op de website Studiebijbel. Hier kan je leren over de bijbel

“Het Centrum voor Bijbelonderzoek is ervan overtuigd dat de Bijbel het Woord van God is. Daarom ondersteunen en helpen wij mede gelovigen om zich in de Bijbel te verdiepen.”

 

Adoptagranny.nl

0

Adoptagranny is een website die zich richt op onze oudere medemens die in de problemen bevind door onvoldoende inkomen. De film laat zien wie Valentina is, zij en andere mensen hebben onze hulp nodig. Kijk eens naar dit verhaal en laat je hart spreken.

De tachtigjarige Valentina uit Rusland heeft er jarenlang alleen voor gestaan. Als weduwe moest ze alle zeilen bijzetten om genoeg geld te verdienen. In de zomer lukte dat door de verkoop van groenten, maar de winter was elk jaar een zware periode. Valentina had geen contacten in haar omgeving. Haar zoon is vertrokken en haar man overleed in 1976. ‘Ik ben gewend geraakt aan de stilte.’

Adoptagranny.nl

Hemelvaartsdag

0
Hemelvaartsdag
Hemelvaartsdag

Hemelvaartsdag valt altijd op een donderdag, tien dagen vóór Pinksteren. Veel christenen zullen een kerkdienst of mis bezoeken. In de volgende Europese landen is Hemelvaartsdag op donderdag een officiële feestdag: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, IJsland, Liechtenstein, Luxemburg, Monaco, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk, Portugal, Zweden en Zwitserland. In Portugal wordt deze dag in de volksmond zelfs Quinta-Feira da Ascensão (Hemelvaartsdonderdag) genoemd in plaats van de officiële benaming: A Festa da Ascensão (het feest van de Hemelvaart). In andere landen (bijvoorbeeld Hongarije, Italië, Polen en Spanje) viert men de Hemelvaart op de zondag zeven dagen voor Pinksteren.

Hemelvaartsdag is tevens het feest van de Christelijke Arbeidersbeweging. Men herdenkt dan dat in 1891 de pauselijke encycliek over sociale rechtvaardigheid, Rerum Novarum, werd afgekondigd. Vermoedelijk stonden vroeger mensen op Hemelvaartsdag al om drie uur ‘s nachts op om zingend en blootsvoets op het gras te dansen. Daar zou de term dauwtrappen vandaan komen. De dauw op het gras zou een zuiverende werking hebben en zou terug te voeren zijn op een heidens gebruik om het meifeest of de heropleving van de natuur te vieren

Pestgedrag

6
pestgedrag
pestgedrag

Stelling, moet je als een christen of als mens pestgedrag toelaten of moet je er iets tegen doen. Stel op je werk wordt iemand stelselmatig gepest, wordt je dan een mede pester of wil je het pesten stoppen. Kan pesten ook binnen een geloof gemeenschap en wat doe je eraan.

Als niets doet, wordt je een mede pester. Dit deze stelling kreeg ik toegestuurd. Jullie kunnen hierop reageren.

DOUDE VAN TROOSTWIJK BENOEMD AAN DOOPSGEZIND SEMINARIUM

0

Chris Doude van Troostwijk wordt de nieuwe visiting professor Vrijzinnige Theologie van het Doopsgezind Seminarium. De filosoof is daarmee de opvolger van prof. dr. Erik Borgman, die sinds september 2015 de wisselleerstoel bekleedt. Prof. dr. Doude van Troostwijk zal de komende twee jaar onder de titel Solidaire onwetendheid trachten om een filosofische onderbouwing te geven aan vrijzinnigheid in het algemeen en vrijzinnig geloven in het bijzonder.

Het Doopsgezind Seminarium, verbonden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, is het academische opleidingsinstituut van de doopsgezinde geloofsgemeenschap in Nederland. De wisselleerstoel Vrijzinnige Theologie is in 2015 ingesteld om, in een geseculariseerde tijd, invulling te geven aan de positie en rol van de vrijzinnigheid. Belangrijk onderdeel daarvan is de wisselwerking tussen religie, cultuur en maatschappij.

Chris Doude van Troostwijk (1962) studeerde theologie en film- en theaterwetenschappen in Amsterdam. Hij was programmamaker bij de IKON (televisie), oprichter van de vrijzinnige website Zinweb, docent Filosofie aan de Theologische Academie van Hogeschool Holland en onderzoeker aan het wijsgerig instituut van de Universiteit van Amsterdam (ASCA). Hij publiceerde meerdere boeken, waaronder ‘Leven met Albert Schweitzer’. Doude van Troostwijk woont in Schweitzer’s dorp Gunsbach in de Elzas en houdt zich al jaren bezig met de ethische mystiek van zijn illustere dorpsgenoot. Als hoogleraar godsdienstfilosofie heeft zijn hoofdbetrekking aan de Luxembourg School of Religion Society, waar hij directeur is van het onderzoeksproject Philosophies, théologies et éthiques des finances. Tevens is hij als gastdocent ethiek verbonden aan de Theologische Protestantse Faculteit van de Universiteit van Straatsburg.

In zijn rol als visiting professor zal Doude van Troostwijk werken aan een Handlexicon voor vrijzinnig geloven en denken en aan een specifieke onderzoekspublicatie. Daarnaast zal hij bijdragen aan studiedagen, aan onderwijs en nascholing, en is hij beschikbaar voor lezingen in doopsgezinde gemeenten. In zijn onderzoek staat de vraag naar het verband tussen individuele ervaring en gemeenschapsvorming centraal. Doude van Troostwijk: ‘Vrijzinnigheid definieert zichzelf doorgaans als “niet-dogmatisch”. Mijn onderzoek en onderwijs beogen daarentegen te komen tot een affirmatieve definitie van het begrip. Vrijzinnigheid mag dan “niet-dogmatisch” zijn, maar wat is het dan eigenlijk wel?’

Tijdens een symposium, dat plaats zal vinden op 5 oktober in de doopsgezinde kerk te Amsterdam, zal Doude van Troostwijk de positie van visiting professor officieel overnemen van zijn voorganger Erik Borgman.

Bisschoppen buigen zich over bedevaartkerk Amsterdam ?

0

Volgens  hispanist en schrijver Robert Lemm  lijdt de Nederlandse katholieke kerk aan valse schaamte ten opzichte van de –  in 2002 –  kerkelijk goedgekeurde verschijningen van Amsterdam. Dit wordt door hem op treffende wijze beschreven in zijn onlangs  in maart uitgekomen boek met de toepasselijke titel : “Valse schaamte ; waarom Maria niet in Nederland mocht verschijnen”.

Dat Nederland een Mariaverschijningsplaats binnen haar grenzen heeft die niet onderdoet voor Fatima qua niveau van kerkelijke erkenning  en qua inhoudelijkheid is buiten Nederland in brede, katholieke, kring al jaren bekend.

De bisschop van Haarlem-Amsterdam , Monseigneur J.M.Punt is echter vooralsnog een roepende in de kerkelijke woestijn in zijn pogingen om Amsterdam op de kaart te zetten als internationaal bedevaartsoort  met bijbehorende  bedevaart kathedraal voor de ”Vrouwe van alle Volkeren”, de naam waaronder Maria in de jaren ‘40 en ‘50 een aantal malen in Amsterdam verscheen.

Toch schijnt het kerkelijk tij te keren, gezien de alom hernieuwde belangstelling voor de heilige Maria als icoon van de kerk en als moederlijke toevlucht voor de gelovigen. Hiervan getuigd onder andere de toewijding aan Maria die  de gezamenlijke Nederlandse bisschoppen in Maastricht hebben uitgesproken in een versperviering in de Onze-Lieve-Vrouwe-Basiliek op 13 mei.

Volgens Lemm kan de Maria verschijning van Amsterdam  –  28 jaar na Fatima – beschouwd worden als de apotheose van een reeks van 8 kerkelijk erkende Maria verschijningen sinds 1830. In Fatima werd een toewijding gevraagd die nu door de Nederlandse bisschoppen gedaan is, en die in 2013 door paus Franciscus uitgesproken is in Rome nadat Johannes Paulus in 1984 al deze toewijding voor het eerst heeft uitgesproken.

Uit de Amsterdamse koker komt de roep om een vijfde Mariaal dogma , een zaak waar nu al wereldwijd door velen voor geijverd wordt . 800 Bisschoppen , 40 kardinalen en 8.000.000 leken gelovigen hebben al petities hiervoor ondertekend.

Op 27 mei zal in het Forum Centre van de RAI  het jaarlijkse congres gehouden worden rond dit thema , het vijfde Mariale dogma en de Vrouwe van alle Volkeren in aanwezigheid van verschillende bisschoppen zal door theologen de voorgang van dit dogma worden besproken.

Zal Maria eindelijk in Amsterdam/nederland verschenen mogen zijn?

Pinksteren

0
Meer informatie Pinksteren afgebeeld door Giotto (Padua)
Meer informatie Pinksteren afgebeeld door Giotto (Padua)

Met Pinksteren wordt de uitstorting van de Heilige Geest herdacht. Het is de negenenveertigste dag ná Pasen, of volgens een andere definitie de vijftigste dag ván Pasen. Met deze uitstorting wordt ook het begin van de christelijke kerk gemarkeerd. Het kan als zodanig tevens als de eerste christelijke opwekking worden gezien.

De gebeurtenissen staan beschreven in Handelingen 2:1-41.

In de tien dagen tussen de Hemelvaart van Jezus en Pinksteren kiezen de discipelen een nieuwe geloofsgenoot in plaats van Judas Iskariot. Met behulp van loting wordt Mattias aangewezen. Met elkaar blijven ze in Jeruzalem en bidden ze om de uitstorting van de Heilige Geest, die Jezus hun beloofd had.

Uitstorting van de Heilige Geest

De gebeurtenissen vinden plaats op het feest van de eerstelingen (Sjavoeot), in Jeruzalem. Om 9 uur ‘s ochtends zijn de discipelen en enkele andere gelovigen bij elkaar, een groep van ongeveer 120 personen, in een bovenvertrek in Jeruzalem (Handelingen 1:13 en 2:1).

Aanhalingsteken openen Plotseling kwam er uit de hemel een geluid dat leek op een enorme windvlaag en het vulde het hele huis, waar zij zaten. Op hun hoofden vertoonden zich tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen. Zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, zoals de Geest het hen gaf uit te spreken.

Jezus – Het paasverhaal – nederlands

0

Het paasverhaal, prachtig verfilmd. deel de goede boodschap

Goede vrijdag

0
Schilderij dat de Kruisiging van Jezus verbeeldt
Schilderij dat de Kruisiging van Jezus verbeeldt

Goede Vrijdag is de vrijdag voor Pasen. Op deze dag herdenken wij de kruisiging en dood van Jezus op de heuvel Golgotha nabij de stad Jeruzalem. Jezus stierf volgens de Bijbel door de kruisdood, nadat hij door de Romeinse stadhouder Pontius Pilatus op aandrang van het sanhedrin, de Joodse hoge raad, hiertoe was veroordeeld.

De gebeurtenissen staan beschreven in de vier canonieke Evangeliën:

Matteüs 27:1-61
Marcus 15:1-47
Lucas 22:66–23:56
Johannes 18:28–19:42

e betekenis van de dood van Jezus en van Goede Vrijdag ligt in het offer dat Jezus volgens de evangeliën heeft gebracht (Marcus 10:45)[5]. Zijn dood wordt in het Nieuwe Testament gezien als een offer (Hebreeën 10:4-10). De offers in het Oude Testament moeten gezien worden als een voorafschaduwing van of vooruitzien naar de dood van Jezus. De geofferde dieren (vooral de lammeren) wezen er al op dat voor betaling van de schuld bloed nodig is. Johannes de Doper heeft Jezus aangewezen als het Lam van God (Johannes 1:29). Door zijn dood heeft Jezus de schuld van de zonde betaald. Daardoor heeft Jezus ook de satan overwonnen. Christenen herdenken daarom op Goede Vrijdag de verlossing van de zonde en de overwinning op de satan.

I, Daniel Blake

0

Film waar je als mens en christen goed over moet nadenken. Hoe mensen gevangen raken in een systeem van bureaucratische rompslomp en waar empathie ontbreekt. Mensen die in hun gelijk staan worden niet geholpen. En zou God en christen, een moeder kunnen veroordelen die in de prostitutie terecht komt, alleen omdat ze voor haar kinderen wil zorgen? Van God weet ik het wel, maar van sommige mede christenen heb ik mijn twijfels. Door Jezus is ooit gezegd, wie zonder zonde is, werpt de eerste steen.


Daniel Blake is een 59-jarige meubelmaker in het noordoosten van Engeland. Na een hartinfarct heeft hij voor het eerst in zijn leven hulp nodig van de staat. Hij maakt kennis met de alleenstaande moeder Katie en haar twee kinderen. Katie heeft om te ontsnappen aan een tehuis voor daklozen naar een flat 450 kilometer verderop moeten verhuizen. Beiden bevinden zich in een uitzichtloze situatie, doordat ze gevangen zitten in de bureaucratische rompslomp van het hedendaagse Groot-Brittannië.

Daniel kan volgens zijn artsen nog niet werken, maar volgens de instanties wel. Hij gaat in beroep, maar moet om in de tussentijd een uitkering te hebben solliciteren. Hij krijgt een aanbod om te komen werken, maar voelt zich ten behoeve van zijn gezondheid genoodzaakt dit af te slaan.

Bij het beroep maakt hij een goede kans op succes, maar vlak voor de zitting krijgt hij door alle spanning en opwinding nog een hartinfarct, nu fataal.

Lieve God

0

Hier ben ik dan, ik probeer wat van het leven te maken maar alles gaat vaak mis. Onbedoeld mis, ik heb vaak dingen niet zo bedoeld, maar het wordt altijd uitgelegd dat ik het met opzet heb gedaan. Ik wil dit niet meer zo, kunt u mij helpen?

Voltooid leven

0

God heeft ons als mensen lief en volgens de bijbel is God degene die beslist hoe een mens zal sterven. Als je euthanasie toepast, bij ondragelijk lichamelijk lijden is dit volgens mij door God toegestaan. Maar als iemand vind dat het leven niets meer te bieden heeft en daarom wil sterven is m.i. verkeerd. Er is genoeg te doen in het leven en als dood wil, omdat het tegenzit je wilt stoppen is m.i. gewoon dom. Wat er moet zijn, dat deze mensen hulp krijgen om iets van het leven te maken. En laat God maar beslissen wanneer iemand zijn einde. Misschien is het wel Gods doel, om mensen zaken anders te laten zien, misschien is het wel bedoel om Gods bedoelingen van het leven te laten zien.

Psalm 89 vers 1, 7 en 8 – ‘k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheên

0

Psalm 89 vers 1, 7 en 8 – ‘k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheên. Psalm 89 (berijming 1773)

Hoe werkt bidden in de naam van Jezus?

0

Jezus vertelde Zijn discipelen dat ze in Zijn naam moesten bidden en moesten geloven dat waar ze om vroegen al ontvangen hadden. Wat betekent dat voor christenen vandaag de dag?

Brieven aan God

0

Ik ben bezig deze website aan te passen, naar een moderner uitvoering. Mijn website is nu beter geschikt voor mobiele weergave. Iedere christen moet proberen aan evangelisering. Ik probeer dit ook, op mijn eigenwijze wijze, met deze website. Het geeft mij grote voldoening om hiermee bezig te zijn. Regelmatig krijg ik brieven binnen, met een brief (gebed) aan God. God luistert altijd naar ons, maar hij is geen Harry Potter, dat hij materiële dingen kan toveren. God kan geen mensen direct veranderen, maar hij kan wel een zaadje planten, waarin mensen kunnen veranderen. Dit zaadje kan ook bij de vrager worden geplaatst.

Ik zie dat brievenaangod.info regelmatig wordt gelezen. Ik zie ook het aantal bezoekers stijgen, zodat waardoor ik hoop dat mensen kan bereiken, die uit vrije wil contact gaan zoeken met God.

Ik doe zo weinig mogelijk aan politiek. Als er verkiezingen worden gehouden, gaat mijn stemvoorkeur wel uit naar een christelijke partij.

Lieve Heer wilt u bij mijn dochter zijn

0

Lieve Heer, mijn dochter heeft het moeilijk om haar weg te vinden in het leven. We gaan met haar van crisis naar crisis. Soms lijkt of er geen uitweg is en ik en mijn vrouw hebben het hier moeilijk mee. Elke keer verteld ze niet de waarheid en houdt zich niet aan de afspraken. Het lijkt net alsof ze verkeerd wordt beïnvloed door de mensen met wie ze omgaat. Voor ons is het geen doen, elke keer ruzie op ruzie. Elke keer nieuwe afspraken waar ze zich toch niet aan houdt. Nu kom je tot een punt om haar de deur uit te zetten, omdat het gewoon niet gaat. Er zijn meer mensen die in huis wonen. Maar wij gaan onderdoor aan deze ruzies. Kunt ons en onze dochter helpen om hier uit te komen?

Amen

Joke Buis – Daar ruist langs de wolken

0

Videoclip van ‘Daar ruist langs de wolken’ afkomstig van het album ‘de Johannes de Heer studio sessies Volume 2’ van Joke Buis, dat 16 september 2016 is verschenen.

Een goed nummer, dat veel wordt gedraaid op grootnieuws radio. Dit is een van mijn favoriete nummers.

Het is Kerstmis !!!!

0

Het is vandaag 24 december 2016, het is kerstmis!!!  Ik wens iedereen een gelukkige kerst toe.

Ik wens voor iedereen vrede en vergeving voor alle zonden. De vergeving is mogelijk gemaakt door het offer van Jezus Christus die 2016 jaar geleden werd geboren!

De geboorte van Jezus

0

In Lucas 2 staat de gebeurtenis is omschreven, die wij vieren met het kerstfeest. Dit is voor iedereen het bekendste kerstverhaal. De reden dat Jezus is geboren, is dat God zoveel van ons houdt en zijn eigen zoon liet sterven om ons te verzoenen met God. Zijn dood maakte de verzoening met God de Vader mogelijk, omdat hij de straf voor de zonden van de mensheid op zich nam. Het is geen droevig verhaal, maar een goed verhaal, want Jezus is gestorven en weer opgestaan uit de dood.

De evangeliën naar Lucas en Matteüs geven aan dat Jezus in de plaats Bethlehem, gelegen in de streek van Judea, werd geboren uit een maagdelijk meisje genaamd Maria, en dat hij in haar was verwekt door de Heilige Geest van God. Maria was verloofd met de timmerman Jozef, een verre afstammeling van koning David, met wie ze toen nog niet was getrouwd. Toen hij hoorde dat ze zwanger was, wilde hij in het geheim de verloving verbreken om haar niet in opspraak te brengen. Maar ‘s nachts kreeg hij een droom, waarin hem verteld werd wat en met welk doel het met Maria gebeurd was, en dat hij haar bij zich in huis moest nemen. Jozef gehoorzaamde daarin.

ieder die Jezus navolgt, zal voor God gerechtvaardigd (gerehabiliteerd) zijn.

Zacharia 14

0
Zacharia 14
Zacharia 14

1 Ziet, de dag komt den HEERE, dat uw roof zal uitgedeeld worden in het midden van u, o Jeruzalem!
2 Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen; en de stad zal ingenomen, en de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen geschonden worden; en de helft der stad zal uitgaan in de gevangenis; maar het overige des volks zal uit de stad niet uitgeroeid worden.
3 En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds.
4 En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeën gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden.
5 Dan zult gijlieden vlieden door de vallei Mijner bergen (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vlieden, gelijk als gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, den koning van Juda; dan zal de HEERE, mijn God, komen, en al de heiligen met U, o HEERE!
6 En het zal te dien dage geschieden, dat er niet zal zijn het kostelijk licht, en de dikke duisternis.
7 Maar het zal een enige dag zijn, die den HEERE bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen.
8 Ook zal het te dien dage geschieden, dat er levende wateren uit Jeruzalem vlieten zullen, de helft van die naar de oostzee, en de helft van die naar de achterste zee aan; zij zullen des zomers en des winters zijn.
9 En de HEERE zal tot Koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de HEERE een zijn, en Zijn Naam een.
10 Dit ganse land zal rondom als een vlak veld gemaakt worden, van Geba tot Rimmon toe, zuidwaarts van Jeruzalem; en zij zal verhoogd en bewoond worden in haar plaats; van de poort van Benjamin af, tot aan de plaats van de eerste poort, tot aan de Hoekpoort toe; en van den toren van Hananeel, tot aan des konings wijnbakken toe.
11 En zij zullen daarin wonen, en er zal geen verbanning meer zijn; want Jeruzalem zal zeker wonen.
12 En dit zal de plage zijn, waarmede de HEERE al de volken plagen zal, die tegen Jeruzalem krijg gevoerd zullen hebben: Hij zal een iegelijks vlees, daar hij op zijn voeten staat, doen uitteren; en een iegelijks ogen zullen uitteren in hun holen; een eens iegelijks tong zal in hun mond uitteren.
13 Ook zal het te dien dage geschieden, dat er een groot gedruis van den HEERE onder hen zal wezen, zodat zij een ieder zijns naasten hand zullen aangrijpen, een eens ieders hand zal tegen de hand zijns naasten opgaan.
14 En ook zal Juda te Jeruzalem strijden; en het vermogen aller heidenen rondom zal verzameld worden, goud en zilver, en klederen in grote menigte.
15 Alzo zal ook de plage der paarden, der muildieren, der kemelen, en der ezelen, en aller beesten zijn, die in diezelve heirlegers geweest zullen zijn, gelijk gener plage geweest is.
16 En het zal geschieden, dat al de overgeblevenen van alle heidenen, die tegen Jeruzalem zullen gekomen zijn, die zullen van jaar tot jaar optrekken om aan te bidden den Koning, den HEERE der heirscharen, en om te vieren het feest der loofhutten.
17 En het zal geschieden, zo wie van de geslachten der aarde niet zal optrekken naar Jeruzalem, om den Koning, den HEERE der heirscharen, te aanbidden, zo zal er over henlieden geen regen wezen.
18 En indien het geslacht der Egyptenaren, over dewelke de regen niet is, niet zal optrekken noch komen, zo zal die plage over hen zijn, met dewelke de HEERE die heidenen plagen zal, die niet optrekken zullen, om te vieren het feest der loofhutten.
19 Dit zal de zonde der Egyptenaren zijn, mitsgaders de zonde aller heidenen, die niet optrekken zullen, om te vieren het feest der loofhutten.
20 Te dien dage zal op de bellen der paarden staan: De HEILIGHEID DES HEEREN. En de potten in het huis des HEEREN zullen zijn als de sprengbekkens voor het altaar;
21 Ja, al de potten in Jeruzalem en in Juda zullen den HEERE der heirscharen heilig zijn, zodat allen, die offeren willen, zullen komen, en van dezelve nemen, en in dezelve koken; en er zal geen Kanaäniet meer zijn, in het huis des HEEREN der heirscharen, te dien dage.

Zacharia 13

0
Zacharia 13
Zacharia 13

1 Te dien dage zal er een Fontein geopend zijn voor het huis Davids, en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinigheid.
2 En het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE der heirscharen, dat Ik uitroeien zal uit het land de namen der afgoden, dat zij niet meer gedacht zullen worden; ja, ook de profeten, en den onreinen geest zal Ik uit het land wegdoen.
3 En het zal geschieden, wanneer iemand meer profeteert, dat zijn vader en zijn moeder, die hem gegenereerd hebben, tot hem zullen zeggen: Gij zult niet leven, dewijl gij valsheid gesproken hebt in den Naam des HEEREN; en zijn vader en zijn moeder, die hem gegenereerd hebben, zullen hem doorsteken, wanneer hij profeteert.
4 En het zal geschieden te dien dage, dat die profeten beschaamd zullen worden, een iegelijk vanwege zijn gezicht, wanneer hij profeteert; en zij zullen geen haren mantel aandoen, om te liegen.
5 Maar hij zal zeggen: Ik ben geen profeet, ik ben een man, die het land bouwt; want een mens heeft mij daartoe geworven van mijn jeugd aan.
6 En zo iemand tot hem zegt: Wat zijn deze wonden in uw handen? zo zal hij zeggen: Het zijn de wonden, waarmede ik geslagen ben, in het huis mijner liefhebbers.
7 Zwaard! ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen den Man, Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEERE der heirscharen; sla dien Herder, en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.
8 En het zal geschieden in het ganse land, spreekt de HEERE, de twee delen daarin zullen uitgeroeid worden, en den geest geven; maar het derde deel zal daarin overblijven.
9 En Ik zal dat derde deel in het vuur brengen, en Ik zal het louteren, gelijk men zilver loutert, en Ik zal het beproeven, gelijk men goud beproeft; het zal Mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren; Ik zal zeggen: Het is Mijn volk; en het zal zeggen: De HEERE is mijn God.

Zacharia 12

0
Zacharia 12
Zacharia 12

1 De last van het woord des HEEREN over Israël. De HEERE spreekt, Die den hemel uitbreidt, en de aarde grondvest, en des mensen geest in zijn binnenste formeert.
2 Ziet, Ik zal Jeruzalem stellen tot een drinkschaal der zwijmeling allen volken rondom; ja, ook zal zij zijn over Juda, in de belegering tegen Jeruzalem.
3 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Jeruzalem stellen zal tot een lastigen steen allen volken; allen, die zich daarmede beladen, zullen gewisselijk doorsneden worden; en al de volken der aarde zullen zich tegen haar verzamelen.
4 Te dien dage, spreekt de HEERE, zal Ik alle paarden met schuwigheid slaan, en hun ruiters met zinneloosheid; maar over het huis van Juda zal Ik Mijn ogen openen, en alle paarden der volken zal Ik met blindheid slaan.
5 Dan zullen de leidslieden van Juda in hun hart zeggen: De inwoners van Jeruzalem zullen mij een sterkte zijn in den HEERE der heirscharen, hun God.
6 Te dien dage zal Ik de leidslieden van Juda stellen als een vurige haard onder het hout, en als een vurige fakkel onder de schoven; en zij zullen ter rechter zijde en ter linkerzijde alle volken rondom verteren; en Jeruzalem zal nog blijven in haar plaats te Jeruzalem.
7 En de HEERE zal de tenten van Juda ten voorste behouden, opdat de heerlijkheid van het huis Davids, en de heerlijkheid der inwoners van Jeruzalem, zich niet verheffe tegen Juda.
8 Te dien dage zal de HEERE de inwoners van Jeruzalem beschutten; en die, die onder hen struikelen zou, zal te dien dage zijn als David; en het huis Davids zal zijn als goden; als de Engel des HEEREN voor hun aangezicht.
9 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik zal zoeken te verdelgen alle heidenen, die tegen Jeruzalem aankomen.
10 Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.
11 Te dien dage zal te Jeruzalem de rouwklage groot zijn, gelijk die rouwklage van Hadadrimmon, in het dal van Megiddon.
12 En het land zal rouwklagen, elk geslacht bijzonder; het geslacht van het huis Davids bijzonder, en hunlieder vrouwen bijzonder; en het geslacht van het huis van Nathan bijzonder, en hun vrouwen bijzonder;
13 Het geslacht van het huis van Levi bijzonder, en hun vrouwen bijzonder; het geslacht van Simeï bijzonder, en hun vrouwen bijzonder;
14 Al de overige geslachten, elk geslacht bijzonder, en hunlieder vrouwen bijzonder.

Zacharia 11

0
Zacharia 11
Zacharia 11

1 Doe uw deuren open, o Libanon! opdat het vuur uw cederen vertere.
2 Huilt, gij dennen! dewijl de cederen gevallen zijn, dewijl die heerlijke bomen verwoest zijn; huilt, gij eiken van Basan! dewijl het sterke woud nedergevallen is.
3 Er is een stem des gehuils der herderen, dewijl hun heerlijkheid verwoest is; een stem des gebruls der jonge leeuwen, dewijl de hoogmoed van de Jordaan verwoest is.
4 Alzo zegt de HEERE, mijn God: Weidt deze slachtschapen.
5 Welker bezitters hen doden, en houden het voor geen schuld; en een ieder dergenen, die ze verkopen, zegt: Geloofd zij de HEERE, dat ik rijk geworden ben! en niemand van degenen, die ze weiden, verschoont ze.
6 Zekerlijk, Ik zal niet meer de inwoners dezes lands verschonen, spreekt de HEERE; maar ziet, Ik zal de mensen overleveren, elk een in de hand zijns naasten, en in de hand zijns konings, en zij zullen dit land te morzel slaan, en Ik zal ze uit hun hand niet verlossen.
7 Dies heb ik deze slachtschapen geweid, dewijl zij ellendige schapen zijn; en ik heb mij genomen twee stokken, den een heb ik genoemd LIEFELIJKHEID, en den anderen heb ik genoemd SAMENBINDERS; en ik heb die schapen geweid.
8 En ik heb drie herders in een maand afgesneden; want mijn ziel was over hen verdrietig geworden, en ook had hun ziel een walg van mij.
9 En ik zeide: Ik zal ulieden niet meer weiden; wat sterft, dat sterve, en wat afgesneden is, dat zij afgesneden, en dat de overgeblevenen de een des anderen vlees verslinden.
10 En ik nam mijn stok LIEFELIJKHEID, en ik verbrak denzelven, te niet doende mijn verbond, hetwelk ik met al deze volken gemaakt had.
11 Dus werd het te dien dage vernietigd, en alzo hebben de ellendigen onder de schapen, die op mij wachtten, bekend, dat het des HEEREN woord was.
12 Want ik had tot henlieden gezegd: Indien het goed is in uw ogen, brengt mijn loon, en zo niet, laat het na. En zij hebben mijn loon gewogen, dertig zilverlingen.
13 Doch de HEERE zeide tot mij: Werp ze henen voor den pottenbakker: een heerlijken prijs, dien ik waard geacht ben geweest van hen! En ik nam die dertig zilverlingen, en wierp ze in het huis des HEEREN, voor den pottenbakker.
14 Toen verbrak ik mijn tweeden stok, SAMENBINDERS, te niet doende de broederschap tussen Juda en tussen Israël.
15 Verder zeide de HEERE tot mij: Neem u nog eens dwazen herders gereedschap.
16 Want ziet, Ik zal een herder verwekken in dit land; dat gereed is om afgesneden te worden, zal hij niet bezoeken; het jonge zal hij niet zoeken, en het verbrokene zal hij niet helen, en het stilstaande zal hij niet dragen; maar het vlees van het vette zal hij eten, en derzelver klauwen zal hij verscheuren.
17 Wee den nietigen herder, den verlater der kudde! Het zwaard zal over zijn arm zijn, en over zijn rechteroog; zijn arm zal ten enenmale verdorren, en zijn rechteroog zal ten enenmale donker worden.

Zacharia 10

0
Zacharia 10
Zacharia 10

1 Begeert van den HEERE regen, ten tijde des spaden regens; de HEERE maakt de weerlichten; en Hij zal hun regen genoeg geven voor ieder kruid op het veld.
2 Want de terafim spreken ijdelheid, en de waarzeggers zien valsheid, en zij spreken ijdele dromen, zij troosten met ijdelheid; daarom zijn zij henengetogen als schapen, zij zijn onderdrukt geworden; want er was geen herder.
3 Tegen de herders was Mijn toorn ontstoken, en over de bokken heb Ik bezoeking gedaan; maar de HEERE der heirscharen zal Zijn kudde bezoeken, het huis van Juda, en Hij zal hen stellen, gelijk het paard Zijner majesteit in den strijd.
4 Van hetzelve zal de hoeksteen, van hetzelve zal de nagel, van hetzelve zal de strijdboog, te zamen zullen van hetzelve alle drijvers voortkomen.
5 En zij zullen zijn als de helden, die in het slijk der straten treden in den strijd, en zij zullen strijden; want de HEERE zal met hen wezen; en zij zullen die beschamen, die op paarden rijden.
6 En Ik zal het huis van Juda versterken, en het huis van Jozef zal Ik behouden, en Ik zal hen weder inzetten; want Ik heb Mij hunner ontfermd, en zij zullen wezen, alsof Ik hen niet verstoten had; want Ik ben de HEERE, hun God, en Ik zal ze verhoren.
7 En zij zullen zijn als een held van Efraïm, en hun hart zal zich verblijden, als van den wijn; en hun kinderen zullen het zien, en zich verblijden, hun hart zal zich verheugen in den HEERE.
8 Ik zal hen toesissen, en zal ze vergaderen, want Ik zal ze verlossen; en zij zullen vermenigvuldigd worden, gelijk zij te voren vermenigvuldigd waren.
9 En Ik zal hen onder de volken zaaien, en zij zullen Mijner gedenken in verre plaatsen; en zij zullen leven met hun kinderen, en wederkeren.
10 Want Ik zal ze wederbrengen uit Egypteland, en Ik zal ze vergaderen uit Assyrië; en Ik zal ze in het land van Gilead en Libanon brengen, maar het zal hun niet genoeg wezen.
11 En Hij zal door de zee gaan, die benauwende, en Hij zal de golven in de zee slaan, en al de diepten der rivieren zullen verdrogen; dan zal de hoogmoed van Assur nedergeworpen worden, en de schepter van Egypte zal wegwijken.
12 En Ik zal hen sterken in den HEERE, en in Zijn Naam zullen zij wandelen, spreekt de HEERE.

Zacharia 9

0
Zacharia 9
Zacharia 9

1 De last van het woord des HEEREN over het land Chadrach en Damaskus, deszelfs rust; want de HEERE heeft een oog over den mens, gelijk over al de stammen Israëls.
2 En ook zal Hij Hamath met dezelve bepalen; Tyrus en Sidon, hoewel zij zeer wijs is;
3 En Tyrus zich sterkten gebouwd heeft, en zilver verzameld heeft als stof, en fijn goud als slijk der straten;
4 Ziet, de HEERE zal haar uit het bezit stoten, en Hij zal haar vesting in de zee verslaan; en zij zal met vuur verteerd worden.
5 Askelon zal het zien, en zal vrezen; desgelijks Gaza, en zal grote smart hebben, mitsgaders Ekron, dewijl hetgeen, waar zij op zagen, hen heeft te schande gemaakt; en de koning van Gaza zal vergaan, en Askelon zal niet bewoond worden.
6 En de bastaard zal te Asdod wonen, en Ik zal den hoogmoed der Filistijnen uitroeien.
7 En Ik zal zijn bloed uit zijn mond wegdoen, en zijn verfoeiselen van tussen zijn tanden; alzo zal hij ook onzen God overblijven; ja, hij zal zijn als een vorst in Juda, en Ekron als de Jebusiet.
8 En Ik zal Mij rondom Mijn huis legeren, vanwege het heirleger, vanwege den doorgaande, en vanwege den wederkerende, opdat de drijver niet meer door hen doorga; want nu heb Ik het met Mijn ogen aangezien.
9 Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen.
10 En Ik zal de wagens uit Efraïm uitroeien, en de paarden uit Jeruzalem; ook zal de strijdboog uitgeroeid worden, en Hij zal den heidenen vrede spreken; en Zijn heerschappij zal zijn van zee tot aan zee, en van de rivier tot aan de einden der aarde.
11 U ook aangaande, o Sion! door het bloed uws verbonds, heb Ik uw gebondenen uit den kuil, daar geen water in is, uitgelaten.
12 Keert gijlieden weder tot de sterkte, gij gebondenen, die daar hoopt! ook heden verkondig Ik, dat Ik u dubbel zal wedergeven;
13 Als Ik Mij Juda zal gespannen, en Ik Efraïm den boog zal gevuld hebben; en Ik uw kinderen, o Sion! zal verwekt hebben tegen uw kinderen, o Griekenland! en u gesteld zal hebben als het zwaard van een held.
14 En de HEERE zal over henlieden verschijnen, en Zijn pijlen zullen uitvaren als een bliksem; en de Heere HEERE zal met de bazuin blazen, en Hij zal voorttreden met stormen uit het zuiden.
15 De HEERE der heirscharen zal hen beschutten, en zij zullen eten, nadat zij de slingerstenen zullen ten ondergebracht hebben; zij zullen ook drinken, en een gedruis maken als de wijn; en zij zullen vervuld worden, gelijk het bekken, gelijk de hoeken des altaars.
16 En de HEERE, hun God, zal ze te dien dage behouden, als zijnde de kudde Zijns volks; want gekroonde stenen zullen in Zijn land, als een banier, opgericht worden.
17 Want hoe groot zal zijn goed wezen en hoe groot zal zijn schoonheid wezen! Het koren zal de jongelingen, en de most zal de jonkvrouwen sprekende maken.

Zacharia 8

0
Zacharia 8
Zacharia 8

1 Daarna geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:
2 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik heb geijverd over Sion met een groten ijver; ja, met grote grimmigheid heb Ik over haar geijverd.
3 Alzo zegt de HEERE: Ik ben wedergekeerd tot Sion, en Ik zal in het midden van Jeruzalem wonen; en Jeruzalem zal geheten worden een stad der waarheid, en de berg des HEEREN der heirscharen, een berg der heiligheid.
4 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Er zullen nog oude mannen en oude vrouwen zitten op de straten van Jeruzalem; een ieder zal zijn stok in zijn hand hebben vanwege de veelheid der dagen.
5 En de straten dier stad zullen vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op haar straten.
6 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks in deze dagen, zou het daarom ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? spreekt de HEERE der heirscharen.
7 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, Ik zal Mijn volk verlossen uit het land des opgangs, en uit het land des nedergangs der zon.
8 En Ik zal hen herwaarts brengen, dat zij in het midden van Jeruzalem wonen zullen; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, in waarheid en in gerechtigheid.
9 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Laat uw handen sterk zijn, gijlieden, die in deze dagen deze woorden gehoord hebt uit den mond der profeten, die geweest zijn ten dage, als de grond van het huis des HEEREN der heirscharen gelegd is, dat de tempel gebouwd zou worden.
10 Want voor die dagen kwam des mensen loon te niet, en het loon van het vee was geen; en de uitgaande en de inkomende hadden geen vrede vanwege den vijand, want Ik zond alle mensen, een iegelijk tegen zijn naaste.
11 Maar nu zal Ik aan het overblijfsel dezes volks niet wezen, gelijk in de vorige dagen, spreekt de HEERE der heirscharen.
12 Want het zaad zal voorspoedig zijn, de wijnstok zal zijn vrucht geven, en de aarde zal haar inkomen geven, en de hemelen zullen hun dauw geven; en Ik zal het overblijfsel dezes volks dit alles doen erven.
13 En het zal geschieden, gelijk als gij, o huis van Juda! en gij, o huis Israëls! geweest zijt een vloek onder de heidenen, alzo zal Ik ulieden behoeden, en gij zult een zegening wezen; vreest niet, laat uw handen sterk zijn.
14 Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Gelijk als Ik gedacht heb ulieden kwaad te doen, toen Mij uw vaderen grotelijks vertoornden, zegt de HEERE der heirscharen, en het heeft Mij niet berouwd.
15 Alzo denk Ik wederom in deze dagen goed te doen aan Jeruzalem, en aan het huis van Juda; vreest niet!
16 Dit zijn de dingen, die gij doen zult: spreekt de waarheid, een iegelijk met zijn naaste; oordeelt de waarheid en een oordeel des vredes in uw poorten.
17 En denkt niet de een des anderen kwaad in ulieder hart; en hebt een valsen eed niet lief; want al deze zijn dingen, die Ik haat, spreekt de HEERE.
18 Wederom geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:
19 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het vasten der vierde, en het vasten der vijfde, en het vasten der zevende, en het vasten der tiende maand, zal den huize van Juda tot vreugde, en tot blijdschap, en tot vrolijke hoogtijden wezen; hebt dan de waarheid en den vrede lief.
20 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Nog zal het geschieden, dat de volken, en de inwoners van vele steden komen zullen;
21 En de inwoners der ene stad zullen gaan tot de inwoners der andere, zeggende: Laat ons vlijtig henengaan, om te smeken het aangezicht des HEEREN, en om den HEERE der heirscharen te zoeken; ik zal ook henengaan.
22 Alzo zullen vele volken, en machtige heidenen komen, om den HEERE der heirscharen te Jeruzalem te zoeken, en om het aangezicht des HEEREN te smeken.
23 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Het zal in die dagen geschieden, dat tien mannen, uit allerlei tongen der heidenen, grijpen zullen, ja, de slip grijpen zullen van een Joodsen man, zeggende: Wij zullen met ulieden gaan, want wij hebben gehoord, dat God met ulieden is.

Zacharia 7

0

1 Het gebeurde nu in het vierde jaar van den koning Darius, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Zacharia, op den vierden der negende maand, namelijk in Chisleu.
2 Toen men naar het huis van God gezonden had Sarezer, en Regem-melech, en zijn mannen, om het aangezicht des HEEREN te smeken;
3 Zeggende tot de priesters, die in het huis des HEEREN der heirscharen waren, en tot de profeten, zeggende: Moet ik wenen in de vijfde maand, mij afzonderende, gelijk als ik gedaan heb nu zo vele jaren?
4 Toen geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:
5 Spreek tot het ganse volk dezes lands, en tot de priesters, zeggende: Toen gij vasttet en rouwklaagdet, in de vijfde en in de zevende maand, namelijk nu zeventig jaren, hebt gijlieden Mij, Mij enigszins gevast?
6 Of als gij at, en als gij dronkt, waart gij het niet, die daar at, en gij, die daar dronkt?
7 Zijn het niet de woorden, welke de HEERE uitriep door den dienst der vorige profeten, toen Jeruzalem bewoond en gerust was, en haar steden rondom haar; en het zuiden en de laagte bewoond was?
8 Verder geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, zeggende:
9 Alzo sprak de HEERE der heirscharen, zeggende: Richt een waarachtig gericht, en doet goedertierenheid en barmhartigheden, de een aan den ander;
10 En verdrukt de weduwe noch den wees, den vreemdeling noch den ellendige; en denkt niet in uw hart de een des anderen kwaad.
11 Maar zij weigerden op te merken, en togen hun schouder terug, en zij verzwaarden hun oren, opdat zij niet hoorden.
12 En zij maakten hun hart als een diamant, opdat zij niet hoorden de wet en de woorden, die de HEERE der heirscharen zond in Zijn Geest, door den dienst der vorige profeten, waaruit ontstaan is een grote toorn van den HEERE der heirscharen.
13 Daarom is het geschied, gelijk als Hij geroepen had, doch zij niet gehoord hebben, alzo riepen zij ook, maar Ik hoorde niet, zegt de HEERE der heirscharen;
14 Maar Ik heb hen weggestormd onder alle heidenen, welke zij niet kenden; en het land werd achter hen verwoest, zodat er niemand doorging, noch wederkeerde; want zij stelden het gewenste land tot een verwoesting.

Zacharia 6

0
Zacharia 6
Zacharia 6

1 En ik hief mijn ogen weder op, en ik zag; en ziet, vier wagens gingen er uit van tussen twee bergen, en die bergen waren bergen van koper.
2 Aan den eersten wagen waren rode paarden; en aan den tweeden wagen waren zwarte paarden.
3 En aan den derden wagen witte paarden; en aan den vierden wagen hagelvlekkige paarden, die sterk waren.
4 En ik antwoordde, en zeide tot den Engel, Die met mij sprak: Wat zijn deze, mijn Heere?
5 En de Engel antwoordde, en zeide tot mij: Deze zijn de vier winden des hemels, uitgaande van daar zij stonden voor den Heere der ganse aarde.
6 Aan welken wagen de zwarte paarden zijn, die paarden gaan uit naar het Noorderland; en de witte gaan uit, dezelve achterna; en de hagelvlekkige gaan uit naar het Zuiderland.
7 En die sterke paarden gingen uit, en zochten voort te gaan, om het land te doorwandelen; want Hij had gezegd: Gaat heen, doorwandelt het land. En zij doorwandelden het land.
8 En Hij riep mij, en sprak tot mij, zeggende: Zie, deze, die uitgegaan zijn naar het Noorderland, hebben Mijn Geest doen rusten in het Noorderland.
9 En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
10 Neem van de gevankelijk weggevoerden van Cheldai, van Tobia, en van Jedaja, en kom gij te dien dage, en ga in ten huize van Josia, den zoon van Zefanja, dewelke uit Babel gekomen zijn;
11 Te weten, neem zilver en goud, en maak kronen; en zet ze op het hoofd van Josua, den zoon van Jozadak, den hogepriester.
12 En spreek tot hem, zeggende: Alzo spreekt de HEERE der heirscharen, zeggende: Ziet, een Man, Wiens naam is SPRUITE, Die zal uit Zijn plaats spruiten, en Hij zal des HEEREN tempel bouwen.
13 Ja, Hij zal den tempel des HEEREN bouwen, en Hij zal het sieraad dragen, en Hij zal zitten, en heersen op Zijn troon; en Hij zal priester zijn op Zijn troon; en de raad des vredes zal tussen die Beiden wezen.
14 En die kronen zullen wezen voor Chelem, en voor Tobia, en voor Jedaja, en voor Chen, den zoon van Zefanja, tot een gedachtenis in den tempel des HEEREN.
15 En die verre zijn, zullen komen, en zullen bouwen in den tempel des HEEREN, en gijlieden zult weten, dat de HEERE der heirscharen mij tot u gezonden heeft. Dit zal geschieden, indien gij vlijtiglijk zult horen naar de stem des HEEREN, uws Gods.

Zacharia 5

0
Zacharia 5
Zacharia 5

1 En ik hief mijn ogen weder op, en ik zag; en ziet, een vliegende rol.
2 En Hij zeide tot mij: Wat ziet gij? En ik zeide: Ik zie een vliegende rol, welker lengte is van twintig ellen, en haar breedte van tien ellen.
3 Toen zeide Hij tot mij: Dit is de vloek, die uitgaan zal over het ganse land; want een iegelijk, die steelt, zal van hier, volgens denzelven vloek, uitgeroeid worden; desgelijks een iegelijk, die valselijk zweert, zal van hier, volgens denzelven vloek, uitgeroeid worden.
4 Ik breng dezen vloek voort, spreekt de HEERE der heirscharen, dat hij kome in het huis van den dief, en in het huis desgenen, die bij Mijn Naam valselijk zweert; en hij zal in het midden zijns huizes overnachten, en hij zal het verteren, met zijn houten en zijn stenen.
5 En de Engel, Die met mij sprak, ging uit, en zeide tot mij: Hef nu uw ogen op, en zie, wat dit zij, dat er voortkomt.
6 En ik zeide: Wat is dat? En Hij zeide: Dit is een efa, die voortkomt. Verder zeide Hij: Dit is het oog over henlieden in het ganse land.
7 En ziet, een plaat van lood werd opgeheven, en er was een vrouw, zittende in het midden der efa.
8 En Hij zeide: Deze is de goddeloosheid; en Hij wierp ze in het midden van de efa; en Hij wierp het loden gewicht op den mond derzelve.
9 En ik hief mijn ogen op, en ik zag; en ziet, twee vrouwen kwamen voort, en wind was in haar vleugelen, en zij hadden vleugelen, als de vleugelen eens ooievaars; en zij voerden de efa tussen de aarde en tussen den hemel.
10 Toen zeide ik tot den Engel, Die met mij sprak: Waarhenen brengen zij deze efa?
11 En Hij zeide tot mij: Om haar een huis te bouwen in het land Sinear; dat zij daar gevestigd en gesteld worde op haar grondvesting.

Haggai 2

0
Haggai 2
Haggai 2

1 Op den vier en twintigsten dag der maand, in de zesde maand, in het tweede jaar van den koning Darius.
2 In de zevende maand, op den een en twintigsten der maand, geschiedde het woord des HEEREN door den dienst van den profeet Haggai, zeggende:
3 Spreek nu tot Zerubbabel, den zoon van Sealthiël, den vorst van Juda, en tot Josua, den zoon van Jozadak, den hogepriester, en tot het overblijfsel des volks, zeggende:
4 Wie is onder ulieden overgebleven, die dit huis in zijn eerste heerlijkheid gezien heeft, en hoedanig ziet gij hetzelve nu? Is dit niet als niets in uw ogen?
5 Doch nu, wees sterk, gij Zerubbabel! spreekt de HEERE; en wees sterk, gij Josua, zoon van Jozadak, hogepriester! en wees sterk, al gij volk des lands! spreekt de HEERE; en werkt, want Ik ben met u, spreekt de HEERE der heirscharen;
6 Met het woord, in hetwelk Ik met ulieden een verbond gemaakt heb, als gij uit Egypte uittrokt, en Mijn Geest, staande in het midden van u; vreest niet!
7 Want alzo zegt de HEERE der heirscharen: Nog eens, een weinig tijds zal het zijn; en Ik zal de hemelen, en de aarde, en de zee, en het droge doen beven.
8 Ja, Ik zal al de heidenen doen beven, en zij zullen komen tot den Wens aller heidenen, en Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen, zegt de HEERE der heirscharen.
9 Mijn is het zilver, en Mijn is het goud, spreekt de HEERE der heirscharen.
10 De heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden, dan van het eerste, zegt de HEERE der heirscharen; en in deze plaats zal Ik vrede geven, spreekt de HEERE der heirscharen.
11 Op den vier en twintigsten dag der negende maand, in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN door den dienst van den profeet Haggai, zeggende:
12 Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Vraag nu den priesters de wet, zeggende:
13 Ziet, iemand draagt heilig vlees in de slip van zijn kleed, en hij raakt met zijn slip aan het brood, of aan het moes, of aan den wijn, of aan de olie, of aan enige spijze, zal het heilig worden? En de priesters antwoordden, en zeiden: Neen.
14 En Haggai zeide: Indien iemand, die onrein is van een dood lichaam, iets van die dingen aanroert, zal het onrein worden? En de priesters antwoordden, en zeiden: Het zal onrein worden.
15 Toen antwoordde Haggai, en zeide: Alzo is dit volk, en alzo is deze natie voor Mijn aangezicht, spreekt de HEERE, en alzo is al het werk hunner handen; en wat zij daar offeren, dat is onrein.
16 En nu, stelt er toch ulieder hart op, van dezen dag af en opwaarts, eer er steen op steen gelegd werd aan den tempel des HEEREN;
17 Eer die dingen geschiedden, kwam iemand tot den koren hoop van twintig maten, zo waren er maar tien; komende tot den wijnbak, om vijftig maten van de pers te scheppen, zo waren er maar twintig.
18 Ik sloeg ulieden met brandkoren, met honigdauw en met hagel, al het werk uwer handen; en gij keerdet u niet tot Mij, spreekt de HEERE.
19 Stelt er toch uw hart op, van dezen dag af en opwaarts; van den vier en twintigsten dag der negende maand af, van den dag af, als het fondament aan den tempel des HEEREN is gelegd geworden, stelt er uw hart op.
20 Is er nog zaad in de schuur? Zelfs tot den wijnstok, en den vijgeboom, en den granaatappelboom, en den olijfboom, die niet gedragen heeft, die zal Ik van dezen dag af zegenen.
21 Het woord des HEEREN nu geschiedde ten tweeden male tot Haggai, op den vier en twintigsten der maand, zeggende:
22 Spreek tot Zerubbabel, den vorst van Juda, zeggende: Ik zal de hemelen en de aarde bewegen.
23 En Ik zal den troon der koninkrijken omkeren, en verdelgen de vastigheid van de koninkrijken der heidenen; en Ik zal den wagen omkeren, en die daarop rijden; en de paarden, en die daarop rijden, zullen nederstorten, een iegelijk in des anderen zwaard.
24 Te dien dage, spreekt de HEERE der heirscharen, zal Ik u nemen, o Zerubbabel, gij zoon van Sealthiël, Mijn knecht! spreekt de HEERE, en Ik zal u stellen, als een zegelring; want u heb Ik verkoren, spreekt de Heere der heirscharen.

Zefanja 3

0
Zefanja 3
Zefanja 3

1 Wee der ijselijke, en der bevlekte, der verdrukkende stad!
2 Zij hoort naar de stem niet; zij neemt de tucht niet aan; zij vertrouwt niet op den HEERE; tot haar God nadert zij niet.
3 Haar vorsten zijn brullende leeuwen in het midden van haar; haar rechters zijn avondwolven, die de beenderen niet breken tot aan den morgen.
4 Haar profeten zijn lichtvaardig, gans trouweloze mannen; haar priesters verontreinigen het heilige, zij doen der wet geweld aan.
5 De rechtvaardige HEERE is in het midden van haar, Hij doet geen onrecht; allen morgen geeft Hij Zijn recht in het licht, er ontbreekt niet; doch de verkeerde weet van geen schaamte.
6 Ik heb de heidenen uitgeroeid, hun hoeken zijn verwoest, Ik heb hun straten eenzaam gemaakt, dat niemand daardoor gaat; hun steden zijn verstoord, zodat er niemand is, dat er geen inwoner is.
7 Ik zeide: Immers zult gij Mij vrezen, gij zult de tucht aannemen, opdat haar woning niet uitgeroeid zou worden; al wat Ik haar bezocht hebbe, waarlijk, zij hebben zich vroeg opgemaakt, zij hebben al hun handelingen verdorven.
8 Daarom verwacht Mij, spreekt de HEERE, ten dage als Ik Mij opmake tot den roof; want Mijn oordeel is, de heidenen te verzamelen, de koninkrijken te vergaderen, om over hen Mijn gramschap, de ganse hittigheid Mijns toorns uit te storten, want dit ganse land zal door het vuur van Mijn ijver verteerd worden.
9 Gewisselijk, dan zal Ik tot de volken een reine spraak wenden; opdat zij allen den Naam des HEEREN aanroepen, opdat zij Hem dienen met een eenparigen schouder.
10 Van de zijden der rivieren der Moren zullen Mijn ernstige aanbidders, met de dochter Mijner verstrooiden, Mijn offeranden brengen.
11 Te dien dage zult gij niet beschaamd wezen vanwege al uw handelingen, waarmede gij tegen Mij overtreden hebt; want alsdan zal Ik uit het midden van u wegnemen, die van vreugde opspringen over uw hovaardij, en gij zult u voortaan niet meer verheffen om Mijns heiligen bergs wil.
12 Maar Ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op den Naam des HEEREN betrouwen.
13 De overgeblevenen van Israël zullen geen onrecht doen, noch leugen spreken, en in hun mond zal geen bedriegelijke tong gevonden worden; maar zij zullen weiden en nederliggen, en niemand zal hen verschrikken.
14 Zing vrolijk, gij dochter Sions, juich, Israël; wees blijde, en spring op van vreugde van ganser harte, gij dochter Jeruzalems!
15 De HEERE heeft uw oordelen weggenomen, Hij heeft uw vijand weggevaagd; de Koning Israëls, de HEERE, is in het midden van u, gij zult geen kwaad meer zien.
16 Te dien dage zal tot Jeruzalem gezegd worden: Vrees niet, o Sion! laat uw handen niet slap worden.
17 De HEERE, uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich.
18 De bedroefden, om der bijeenkomst wil, zal Ik verzamelen, zij zijn uit u; de schimping is een last op haar.
19 Ziet, Ik zal te dien tijde al uw verdrukkers verdoen; en Ik zal de hinkenden behoeden, en de uitgestotenen verzamelen; en Ik zal ze stellen tot een lof, en tot een naam, in het ganse land, waar zij beschaamd zijn geweest.
20 Te dier tijd zal Ik ulieden herwaarts brengen, ten tijde namelijk, als Ik u verzamelen zal; zekerlijk Ik zal ulieden zetten tot een naam en tot een lof, onder alle volken der aarde, als Ik uw gevangenissen voor uw ogen wenden zal, zegt de HEERE.

Zefanja 2

0
Zefanja 2
Zefanja 2

1 Doorzoek u zelf nauw, ja, doorzoek nauw, gij volk, dat met geen lust bevangen wordt!
2 Eer het besluit bare (gelijk kaf gaat de dag voorbij), terwijl de hittigheid van des HEEREN toorn over ulieden nog niet komt; terwijl de dag van den toorn des HEEREN over ulieden nog niet komt.
3 Zoekt den HEERE, alle gij zachtmoedigen des lands, die Zijn recht werken! Zoekt gerechtigheid, zoekt zachtmoedigheid, misschien zult gij verborgen worden in den dag van den toorn des HEEREN.
4 Want Gaza zal verlaten wezen, en Askelon zal ter verwoesting wezen; Asdod zal men in den middag verdrijven, en Ekron zal uitgeworteld worden.
5 Wee den inwoneren van de landstreek der zee, den volken der Cheretim! Het woord des HEEREN zal tegen ulieden zijn, gij Kanaän, der Filistijnen land! en Ik zal u verdoen, dat er geen inwoner zal zijn.
6 En de landstreek der zee zal wezen tot hutten, uitgegraven putten der herders, en betuiningen der kudden.
7 En de landstreek zal wezen voor het overblijfsel van het huis van Juda, dat zij daarin weiden; des avonds zullen zij in de huizen van Askelon legeren, als de HEERE, hunlieder God, hen zal bezocht, en hun gevangenis zal gewend hebben.
8 Ik heb de beschimping van Moab gehoord, en de scheldwoorden der kinderen Ammons, waarmede zij Mijn volk beschimpt hebben, en hebben zich groot gemaakt tegen deszelfs landpale.
9 Daarom, zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE der heirscharen, de God Israëls: Moab zal zekerlijk zijn als Sodom, en de kinderen Ammons als Gomorra, een netelheide, en een zoutgroeve, en een verwoesting tot in eeuwigheid! De overigen Mijns volks zullen ze beroven, en het overige Mijns volks zal ze erfelijk bezitten.
10 Dat zullen zij hebben in plaats van hun hoogmoed; want zij hebben beschimpt, en hebben zich groot gemaakt tegen het volk van den HEERE der heirscharen.
11 Vreselijk zal de HEERE tegen hen wezen, want Hij zal al de goden der aarde doen uitteren; en een iegelijk uit zijn plaats zal Hem aanbidden, al de eilanden der heidenen.
12 Ook gij, Moren! zult de verslagenen van Mijn zwaard zijn.
13 Hij zal ook Zijn hand uitstrekken tegen het Noorden, en Hij zal Assur verdoen; en Hij zal Nineve stellen tot een verwoesting, droog als een woestijn.
14 En in het midden van haar zullen den kudden legeren, al het gedierte der volken; ook de roerdomp, ook de nachtuil zullen op haar granaatappelen vernachten; een stem zal in het venster zingen, verwoesting zal in den dorpel zijn, als Hij haar cederwerk zal ontbloot hebben.
15 Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

Habakuk 3

0
Habakuk 3
Habakuk 3

1 Een gebed van Habakuk, den profeet, op Sjigjonoth.
2 HEERE! als ik Uw rede gehoord heb, heb ik gevreesd; Uw werk, o HEERE! behoud dat in het leven in het midden der jaren, maak het bekend in het midden der jaren; in den toorn gedenk des ontfermens.
3 God kwam van Theman, en de Heilige van den berg Paran. Sela. Zijn heerlijkheid bedekte de hemelen, en het aardrijk was vol van Zijn lof.
4 En er was een glans als des lichts, Hij had hoornen aan Zijn hand, en aldaar was Zijn sterkte verborgen.
5 Voor Zijn aangezicht ging de pestilentie, en de vurige kool ging voor Zijn voeten henen.
6 Hij stond, en mat het land, Hij zag toe, en maakte de heidenen los, en de gedurige bergen zijn verstrooid geworden; de heuvelen der eeuwigheid hebben zich gebogen; de gangen der eeuw zijn Zijne.
7 Ik zag de tenten van Kusan onder de ijdelheid; de gordijnen des lands van Midian schudden.
8 Was de HEERE ontstoken tegen de rivieren? Was Uw toorn tegen de rivieren, was Uw verbolgenheid tegen de zee, toen Gij op Uw paarden reedt? Uw wagens waren heil.
9 De naakte grond werd ontbloot door Uw boog, om de eden, aan de stammen gedaan door het woord. Sela. Gij hebt de rivieren der aarde gekloofd.
10 De bergen zagen U, en leden smart; de waterstroom ging door, de afgrond gaf zijn stem, hij hief zijn zijden op in de hoogte.
11 De zon en de maan stonden stil in haar woning; met het licht gingen Uw pijlen daarhenen, met glans Uw bliksemende spies.
12 Met gramschap tradt Gij door het land, met toorn dorstet Gij de heidenen.
13 Gij toogt uit tot verlossing Uws volks, tot verlossing met Uw Gezalfde; Gij doorwonddet het hoofd van het huis des goddelozen, ontblotende den grond tot den hals toe. Sela.
14 Gij doorboordet met zijn staven het hoofd zijner dorplieden; zij hebben gestormd, om mij te verstrooien; die zich verheugden, alsof zij de ellendigen in het verborgen zouden opeten.
15 Gij betradt met Uw paarden de zee; de geweldige wateren werden een hoop.
16 Als ik het hoorde, zo werd mijn buik beroerd; voor de stem hebben mijn lippen gebeefd; verrotting kwam in mijn gebeente, en ik werd beroerd in mijn plaats. Zekerlijk, ik zal rusten ten dage der benauwdheid, als hij optrekken zal tegen het volk, dat hij het met benden aanvalle.
17 Alhoewel de vijgeboom niet bloeien zal, en geen vrucht aan den wijnstok zijn zal, dat het werk des olijfbooms liegen zal, en de velden geen spijze voortbrengen; dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal, en dat er geen rund in de stallingen wezen zal;
18 Zo zal ik nochtans in den HEERE van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in den God mijns heils.
19 De Heere HEERE is mijn Sterkte; en Hij zal mijn voeten maken als der hinden, en Hij zal mij doen treden op mijn hoogten. Voor den opperzangmeester op mijn Neginoth.

Habakuk 2

0
Habakuk 2
Habakuk 2

1 Ik stond op mijn wacht, en ik stelde mij op de sterkte, en ik hield wacht om te zien, wat Hij in mij spreken zou, en wat ik antwoorden zou op mijn bestraffing.
2 Toen antwoordde mij de HEERE, en zeide: Schrijf het gezicht, en stel het duidelijk op tafelen, opdat daarin leze die voorbijloopt.
3 Want het gezicht zal nog tot een bestemden tijd zijn, dan zal Hij het op het einde voortbrengen, en niet liegen; zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal gewisselijk komen, Hij zal niet achterblijven.
4 Ziet, zijn ziel verheft zich, zij is niet recht in hem; maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven.
5 En ook dewijl hij trouwelooslijk handelt bij den wijn, een trots man is, en in zijn woning niet blijft; die zijn ziel wijd opendoet als het graf, en gelijk de dood is, die niet zat wordt, en tot zich verzamelt al de heidenen, en vergadert tot zich alle volken.
6 Zouden dan niet al dezelve van hem een spreekwoord opnemen, en een uitlegging der raadselen van hem? En men zal zeggen: Wee dien, die vermeerdert hetgeen het zijne niet is (hoe lange!), en dien, die op zich laadt dik slijk.
7 Zullen niet onvoorziens opstaan, die u bijten zullen, en ontwaken, die u zullen bewegen, en zult gij hun niet tot plundering worden?
8 Omdat gij vele heidenen beroofd hebt, zo zullen alle overgeblevene volken u beroven; om het bloed der mensen, en het geweld aan het land, de stad, en alle inwoners derzelve.
9 Wee dien, die met kwade gierigheid giert voor zijn huis, opdat hij in de hoogte zijn nest stelle, om bevrijd te zijn uit de hand des kwaads.
10 Gij hebt schaamte beraadslaagd voor uw huis; uitroeiende vele volken, zo hebt gij gezondigd tegen uw ziel.
11 Want de steen uit den muur roept, en de balk uit het hout antwoordt dien.
12 Wee dien, die de stad met bloed bouwt, en die de stad met onrecht bevestigt!
13 Ziet, is het niet van den HEERE der heirscharen, dat de volken arbeiden ten vure, en de lieden zich vermoeien tevergeefs?
14 Want de aarde zal vervuld worden, dat zij de heerlijkheid des HEEREN bekennen, gelijk de wateren den bodem der zee bedekken.
15 Wee dien, die zijn naaste te drinken geeft, gij, die uw wijnfles daarbij voegt, en ook dronken maakt, opdat gij hun naaktheden aanschouwt.
16 Gij zult ook verzadigd worden met schande, voor eer; drinkt gij ook, en ontbloot de voorhuid; de beker der rechterhand des HEEREN zal zich tot u wenden, en er zal een schandelijk uitbraaksel over uw heerlijkheid zijn.
17 Want het geweld, dat tegen Libanon begaan is, zal u bedekken, en de verwoesting der beesten zal ze verschrikken, om des bloeds wil der mensen, en des gewelds in het land, de stad en aan alle inwoners derzelve.
18 Wat zal het gesneden beeld baten, dat zijn formeerder het gesneden heeft? of het gegoten beeld, hetwelk een leugenleraar is, dat de formeerder op zijn formeersel vertrouwt, als hij stomme afgoden gemaakt heeft?
19 Wee dien, die tot het hout zegt: Word wakker! en: Ontwaak! tot den zwijgenden steen. Zou het leren? Ziet, het is met goud en zilver overtrokken, en er is gans geen geest in het midden van hetzelve.
20 Maar de HEERE is in Zijn heiligen tempel. Zwijg voor Zijn aangezicht, gij ganse aarde!

Micha 7

0
Micha 7
Micha 7

1 Ai mij! want ik ben, als wanneer de zomervruchten zijn ingezameld; als wanneer de nalezingen in den wijnoogst geschied zijn; er is geen druif om te eten; mijn ziel begeert vroegrijpe vrucht.
2 De goedertierene is vergaan uit het land, en er is niemand oprecht onder de mensen; zij loeren altemaal op bloed, zij jagen, een iegelijk zijn broeder, met een jachtgaren.
3 Om met beide handen wel dapper kwaad te doen, zo eist de vorst, en de rechter oordeelt om vergelding; en de grote spreekt de verderving zijner ziel, en zij draaien ze dicht ineen.
4 De beste van hen is als een doorn; de oprechtste is scherper dan een doornheg; de dag uwer wachters, uw bezoeking, is gekomen; nu zal hunlieder verwarring wezen.
5 Gelooft een vriend niet, vertrouwt niet op een voornaamsten vriend; bewaar de deuren uws monds voor haar, die in uw schoot ligt.
6 Want de zoon veracht den vader, de dochter staat op tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder; eens mans vijanden zijn zijn huisgenoten.
7 Maar ik zal uitzien naar den HEERE, ik zal wachten op den God mijns heils; mijn God zal mij horen.
8 Verblijd u niet over mij, o mijn vijandin! wanneer ik gevallen ben, zal ik weder opstaan; wanneer ik in duisternis zal gezeten zijn, zal de HEERE mij een licht zijn.
9 Ik zal des HEEREN gramschap dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd; totdat Hij mijn twist twiste, en mijn recht uitvoere; Hij zal mij uitbrengen aan het licht; ik zal mijn lust zien aan Zijn gerechtigheid.
10 En mijn vijandin zal het zien, en schaamte zal haar bedekken; die tot mij zegt: Waar is de HEERE, uw God? Mijn ogen zullen aan haar zien; nu zal zij worden tot vertreding, als slijk der straten.
11 Ten dage als Hij uw muren zal herbouwen, te dien dage zal het besluit verre heengaan.
12 Te dien dage zal het ook komen tot u toe, van Assur af, zelfs tot de vaste steden toe; en van de vestingen tot aan de rivier, en van zee tot zee, en van gebergte tot gebergte.
13 Maar dit land zal worden tot een verwoesting, zijner inwoners halve, vanwege de vrucht hunner handelingen.
14 Gij dan, weid Uw volk met Uw staf, de kudde Uwer erfenis, die alleen woont, in het woud, in het midden van een vruchtbaar land; laat ze weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van ouds.
15 Ik zal haar wonderen doen zien, als in de dagen, toen gij uit Egypteland uittoogt.
16 De heidenen zullen het zien, en beschaamd zijn, vanwege al hun macht; zij zullen de hand op den mond leggen; hun oren zullen doof worden.
17 Zij zullen het stof lekken, als de slang; als kruipende dieren der aarde, zullen zij zich beroeren uit hun sloten; zij zullen met vervaardheid komen tot den HEERE, onzen God, en zullen voor U vrezen.
18 Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtreding van het overblijfsel Zijner erfenis voorbij gaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid; want Hij heeft lust aan goedertierenheid.
19 Hij zal Zich onzer weder ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden dempen; ja, Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.
20 Gij zult Jakob de trouw, Abraham de goedertierenheid geven, die Gij onzen vaderen van oude dagen af gezworen hebt.

Micha 6

0
Micha 6
Micha 6

1 Hoort nu, wat de HEERE zegt: Maak u op, twist met de bergen, en laat de heuvelen uw stem horen.
2 Hoort, gij bergen! den twist des HEEREN, mitsgaders gij sterke fondamenten der aarde! want de HEERE heeft een twist met Zijn volk, en Hij zal Zich met Israël in recht begeven.
3 O Mijn volk! wat heb Ik u gedaan, en waarmede heb Ik u vermoeid? Betuig tegen Mij.
4 Immers heb Ik u uit Egypteland opgevoerd, en u uit het diensthuis verlost; en Ik heb voor uw aangezicht henen gezonden Mozes, Aäron en Mirjam.
5 Mijn volk! gedenk toch wat Balak, de koning van Moab, beraadslaagde, en wat hem Bileam, de zoon van Beor, antwoordde; en wat geschied is van Sittim af tot Gilgal toe, opdat gij de gerechtigheden des HEEREN kent.
6 Waarmede zal ik den HEERE tegenkomen, en mij bukken voor den hogen God? Zal ik Hem tegenkomen met brandofferen, met eenjarige kalveren?
7 Zou de HEERE een welgevallen hebben aan duizenden van rammen, aan tien duizenden van oliebeken? Zal ik mijn eerstgeborene geven voor mijn overtreding, de vrucht mijns buiks voor de zonde mijner ziel?
8 Hij heeft u bekend gemaakt, o mens! wat goed is; en wat eist de HEERE van u, dan recht te doen, en weldadigheid lief te hebben, en ootmoediglijk te wandelen met uw God?
9 De stem des HEEREN roept tot de stad (want Uw Naam ziet het wezen): Hoort de roede, en wie ze besteld heeft!
10 Zijn er niet nog, in eens ieders goddelozen huis, schatten der goddeloosheid en een schaarse efa, dat te verfoeien is?
11 Zou ik rein zijn, met een goddeloze weegschaal en met een zak van bedriegelijke weegstenen?
12 Dewijl haar rijke lieden vol zijn van geweld, en haar inwoners leugen spreken, en haar tong bedriegelijk is in haar mond;
13 Zo zal Ik u ook krenken, u slaande, en verwoestende om uw zonden.
14 Gij zult eten, maar niet verzadigd worden, en uw nederdrukking zal in het midden van u zijn; en gij zult aangrijpen, maar niet wegbrengen, en wat gij zult wegbrengen, zal Ik aan het zwaard overgeven.
15 Gij zult zaaien, maar niet maaien; gij zult olijven treden, maar u met olie niet zalven, en most, maar geen wijn drinken.
16 Want de inzettingen van Omri worden onderhouden, en het ganse werk van het huis van Achab; en gij wandelt in derzelver raadslagen; opdat Ik u stelle tot verwoesting, en haar inwoners tot aanfluiting; alzo zult gij de smaadheid Mijns volks dragen.

Micha 5

0
Micha 5
Micha 5

1 En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid.
2 Daarom zal Hij henlieden overgeven, tot den tijd toe, dat zij, die baren zal, gebaard hebbe; dan zullen de overigen Zijner broederen zich bekeren met de kinderen Israëls.
3 En Hij zal staan, en zal weiden in de kracht des HEEREN, in de hoogheid van den Naam des HEEREN, Zijns Gods, en zij zullen wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde.
4 En Deze zal Vrede zijn; wanneer Assur in ons land zal komen, en wanneer hij in onze paleizen zal treden, zo zullen wij tegen hem stellen zeven herders, en acht vorsten uit de mensen.
5 Die zullen het land van Assur afweiden met het zwaard, en het land van Nimrod in deszelfs ingangen. Alzo zal Hij ons redden van Assur, wanneer dezelve in ons land zal komen, en wanneer hij in onze landpale zal treden.
6 En Jakobs overblijfsel zal zijn in het midden van vele volken, als een dauw van den HEERE, als droppelen op het kruid, dat naar geen man wacht, noch mensenkinderen verbeidt.
7 Ja, het overblijfsel van Jakob zal zijn onder de heidenen, in het midden van vele volken, als een leeuw onder de beesten des wouds, als een jonge leeuw onder de schaapskudden; dewelke, wanneer hij doorgaat, zo vertreedt en verscheurt hij, dat niemand redde.
8 Uw hand zal verhoogd zijn boven uw wederpartijders, en al uw vijanden zullen uitgeroeid worden.
9 En het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE, dat Ik uw paarden uit het midden van u zal uitroeien, en Ik zal uw wagenen verdoen.
10 En Ik zal de steden uws lands uitroeien, en Ik zal al uw vestingen afbreken.
11 En Ik zal de toverijen uit uw hand uitroeien, en gij zult geen guichelaars hebben.
12 En Ik zal uw gesneden beelden en uw opgerichte beelden uit het midden van u uitroeien, dat gij u niet meer zult nederbuigen voor het werk uwer handen.
13 Voorts zal Ik uw bossen uit het midden van u uitroeien, en Ik zal uw steden verdelgen.
14 En Ik zal in toorn en in grimmigheid wrake doen aan de heidenen, die niet horen.

Micha 4

0
Micha 4
Micha 4

1 Maar in het laatste der dagen zal het geschieden, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen; en hij zal verheven zijn boven de heuvelen, en de volken zullen tot hem toevloeien.
2 En vele heidenen zullen henengaan, en zeggen: Komt en laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, en ten huize van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en wij in Zijn paden wandelen; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem.
3 En Hij zal onder grote volken richten, en machtige heidenen straffen, tot verre toe; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen den krijg niet meer leren.
4 Maar zij zullen zitten, een ieder onder zijn wijnstok, en onder zijn vijgeboom, en er zal niemand zijn, die ze verschrikke; want de mond des HEEREN der heirscharen heeft het gesproken.
5 Want alle volken zullen wandelen, elk in den naam zijns gods; maar wij zullen wandelen in den Naam des HEEREN, onzes Gods, eeuwiglijk en altoos.
6 Te dien dage, spreekt de HEERE, zal Ik haar, die hinkende was, verzamelen, en haar, die verdreven was, vergaderen, en die Ik geplaagd had.
7 En Ik zal haar, die hinkende was, maken tot een overblijfsel, en haar die verre henen verstoten was, tot een machtig volk; en de HEERE zal Koning over hen zijn op den berg Sions, van nu aan tot in eeuwigheid.
8 En gij Schaapstoren, gij Ofel der dochter Sions! tot u zal komen, ja, daar zal komen de vorige heerschappij, het koninkrijk der dochteren van Jeruzalem.
9 Nu, waarom zoudt gij zo groot geschrei maken? Is er geen koning onder u? Is uw Raadgever vergaan, dat u smart, als van een barende vrouw, heeft aangegrepen?
10 Lijd smart en arbeid om voort te brengen, o dochter Sions! als een barende vrouw; want nu zult gij wel uit de stad henen uitgaan, en op het veld wonen, en tot in Babel komen, maar aldaar zult gij gered worden; aldaar zal u de HEERE verlossen uit de hand uwer vijanden.
11 Nu zijn wel vele heidenen tegen u verzameld, die daar zeggen: Laat ze ontheiligd worden, en laat ons oog schouwen aan Sion.
12 Maar zij weten de gedachten des HEEREN niet, en verstaan Zijn raadslag niet; dat Hij hen vergaderd heeft als garven tot den dorsvloer.
13 Maak u op en dors, o dochter Sions! Want Ik zal uw hoorn ijzer maken, en uw klauwen koper maken, en gij zult vele volken verpletteren; en Ik zal hunlieder gewin den HEERE verbannen, en hun vermogen den Heere der ganse aarde.
14 Nu, rot u met benden, gij dochter der bende, hij zal een belegering tegen ons stellen; zij zullen den rechter Israëls met de roede op het kinnebakken slaan.

Micha 3

0
Micha 3
Micha 3

1 Voorts zeide ik: Hoort nu, gij hoofden Jakobs, en gij oversten van het huis Israëls! Betaamt het ulieden niet het recht te weten?
2 Zij haten het goede, en hebben het kwade lief; zij roven hun huid van hen af, en hun vlees van hun beenderen.
3 Ja, zij zijn het, die het vlees mijns volks eten, en hun huid afstropen, en hun beenderen verbreken; en vaneen leggen, gelijk als in een pot, en als vlees in het midden eens ketels.
4 Alsdan zullen zij roepen tot den HEERE, doch Hij zal hen niet verhoren; maar zal Zijn aangezicht te dier tijd voor hen verbergen, gelijk als zij hun handelingen kwaad gemaakt hebben.
5 Alzo zegt de HEERE, tegen de profeten, die Mijn volk verleiden; die met hun tanden bijten, en roepen vrede uit; maar die niet geeft in hun mond, tegen dien zo heiligen zij een krijg.
6 Daarom zal het nacht voor ulieden worden vanwege het gezicht, en ulieden zal duisternis zijn vanwege de waarzegging; en de zon zal over deze profeten ondergaan; en de dag zal over hen zwart worden.
7 En de zieners zullen beschaamd, en de waarzeggers schaamrood worden; en zij zullen al te zamen de bovenste lip bewimpelen; want er zal geen antwoord Gods zijn.
8 Maar waarlijk, ik ben vol krachts van den Geest des HEEREN; en vol van gericht en dapperheid, om Jakob te verkondigen zijn overtreding, en Israël zijn zonde.
9 Hoort nu dit, gij hoofden van het huis Jakobs, en gij oversten van het huis Israëls! die van het gericht een gruwel hebt, en al wat recht is verkeert;
10 Bouwende Sion met bloed, en Jeruzalem met onrecht.
11 Haar hoofden rechten om geschenken, en haar priesters leren om loon, en haar profeten waarzeggen om geld; nog steunen zij op den HEERE, zeggende: Is de HEERE niet in het midden van ons? Ons zal geen kwaad overkomen.
12 Daarom, om uwentwil, zal Sion als een akker geploegd worden, en Jeruzalem zal tot steenhopen worden, en de berg dezes huizes tot hoogten eens wouds.

De ontmoeting

0

Ik wil jullie attent maken op de ontmoeting. De ontmoeting is een stichting die vastgelopen mensen helpt hun leven weer op orde te krijgen. Hierdoor krijgen ze weer perspectief in hun leven.

Door de ondersteuning van vrijwilligers en medewerkers kan de ontmoeting deze missie uitvoeren. Hoe door een luisterend oor of praktische begeleiding te bieden. Of door ondersteunende taken te verrichten.

Neem in overweging om deze stichting te ondersteunen. Als je een bedrag kan missen, ook als is het maar 1 euro,  stort het dan naar deze stichting. Je helpt hierdoor je naaste medemens.

Website: https://www.ontmoeting.org/

Ondersteunen: https://www.ontmoeting.org/helpmee/voor-particulieren/

Ik heb ook een bedrag overgemaakt (wat ik kan missen) naar deze stichting. Mijn reden is dat ik een dak boven mijn hoofd heb, ik heb eten en drinken, ik kom niets te kort. Ik wil graag mensen helpen, God heeft mij capaciteiten gegeven om geld te kunnen verdienen. Ik kom niets tekort. Doordat God mij deze capaciteiten heeft gegeven, kan ik deze mensen helpen.

Doe wat binnen je mogelijkheden liggen!

Vriend van groot nieuws radio

0

Afgelopen week ben ik vriend geworden van Groot Nieuws Radio.

https://www.grootnieuwsradio.nl/vriend

Ik ben een trouwe luisteraar, ik luister vooral als ik naar mijn werk rij en mijn favoriete programma is de bijbel door. (https://www.grootnieuwsradio.nl/debijbeldoor) Ik luister via de middengolf 1008 KHZ. De radiozender is door heel Nederland te ontvangen. Zelf heb ik deze zender bij toeval gevonden, via het zoeken van een zender op de autoradio. Het eerste programma wat ik hoorde was de bijbel door. Vanaf dat moment begin ik mijn werkdag met dit programma.

Als je vriend wordt of een donatie geeft, steun je een christelijke radiozender. Zo help ik mee om deze zender te behouden en te laten groeien.

Deze radiozender geeft mij steun in moeilijke tijden en helpt mij God te vinden. De muziek vind ik prachtig om naar te luisteren. Het nummer van Joke Buis, daar ruist langs de wolken is mijn favoriet.

 

Promotie film van Groot Nieuws Radio

 

 

Brief aan god

0

Lieve god ik heb zoveel fouten gemaakt zelfmoordpogingen spijt van heb .zins 14jaar een vriend hij manihs depressief houd verl van hem maar word mee gesleept en beperkt ook dingen gedaan wat niet door de beugel kunnen spijt van heb ook schulden gemaakt voor me kinderen kleinkinderen zou zo graag eigen huisje met me hondje imaya Willem in buurd van de kinderen zou graag me fouten goed maken zou goede contacten op willen bouwen met iedereen zou graag Willen dat mensen om me geven voel me waardeloos en misbruik zou dat kwijt willen zou weer beter voor mezelf willen zorgen lieve god help me aub ik hoop dat er mensen met mij mee willen bidden me echte naam tineke

Lieve vader in Hemel

0

Dank u voor deze mooie dag en dank U boor deze mooie zegen van deze dag.Lieve Vader vandaag heb ik weer gerookt en weer die medicatie ingenomen.Ik voel me weer zo schuldig en verdrietig tegelijk.Vader alstublieft vergeef mij dat het weer is gebeurd.Ik wil U vragen Vader geef mij alle kracht en wijsheid Heer die ik nodig heb Om hiermee te stoppen.Soms weet ik niet waar ik mee moet beginnen als de nieuwe dag begint.Ik wil morgen beginnen met een planning te maken om de dag voor mij nuttig te maken en waar ik voor u aan het werk kan ook wil ik 1 uur per dagbesteding met het lezen uit de bijbel en een stilte te houden met u Vader.Ik wil U vragen of U de Heilige Geest mij wil leiden bij alles wat ik ga doen morgen.

 

Ik bid U dit in Jezus Naam

Lieve Vader in de Hemel

0

Ik schrijf naar U omdat ik genezen wil worden van mijn Zonde die elke dag weer terugkomt.Elke avond vraag ik u om vergeving en schreeuw om hulp dat het niet weer gebeurd.Nu ik naar u mijn gebed kan schrijven voelt voor mij beter en kan ik het beter onder woorden zien Heer help mij om mij te stoppen met die medicatieverslaving en roken ik kan niet meer wordt hier erg verdrietig van en voel me zo schuldig naar u toe Vader wilt U mij alstublieft mij de kracht en wijsheid geven in mij gedrag dat dit echt moet stoppen ik maak mij gezonde lichaam kapot en dat terwijl ik van U bij mij geboorte een mooi gezond lichaam heb gekregen.Vader verbreek deze Zonde in Jezus Naam en werk in min hart Vader.Ik geef mij leven aan u en ik bid in overgave Vader ik geef alles aan u mij kinderen mij geld mij huis mij bezit mij familie alles Heer zodat ik u leven kan leiden en u kan gehoorzamen en dat ik mag werken in u koninkrijk.Laat de Heilige Geest mij leiden Heer Laat mij u liefde doorstromen zodat ik het met al U kinderen mag delen laat mij al u kinderen die ziek zijn of eenzaam het maakt niet uit wat dat ik ze mag helpen het evangelie mag verkondigen behulpzaam zijn liefde geven alles wat u wilt Vader daar wil ik voor leven.

IK BID DIT IN DE NAAM VAN JEZUS

Facebook Auto Publish Powered By : XYZScripts.com